Tag archieven: 2026 Camino Francais Simone

Op weg naar Saint Jean Pied de Port

Amsterdam – Parijs – Biarritz – Saint Jean Pied de Port. Van 21 naar 32 naar  20 graden, zonnig en warm door Frankrijk. Aankomst in Saint Jean Pied de Port in de regen.

We zijn er. ”We’ dat zijn Karin, Gerrit, Simone (Siem), Mieke, Karin,  Annemieke, Poppie en ik, Simone. De dag begon voor mij met het zwaarste onweer ooit in Amsterdam, maar toen we vertrokken was het gelukkig rustig en helder en weer warm. De poortjes bij het overstappen in Parijs waren een avontuur, maar voor de rest ging alles goed. Na een ontspannen, maar best lange treinreis via Parijs en Biarritz komen we om half 10 s avonds  met de taxi aan in Saint Jean Pied de Port, de startplek voor pelgrims die via de Camino Frances naar Santiago  lopen, bijna 800 km van hier. Al sinds de middeleeuwen trekken pelgrims vanaf hier via de Route Napoléon over de Pyreneeën naar Spanje.  De afgelopen week was het hier extreem warm, code rood. Gelukkig is dit nu voorbij. Het motregent en is koel.  Nu gaan we eerst slapen. We kijken uit naar morgen. Dan start onze Camino tot Burgos, bijna 300 kilometer in 16 wandeldagen.

Poppie wacht ons in Brussel op met de Belgische vlag. Zo kunnen we haar niet missen.

Aankomst in Parijs. Hier is het heet
Onderweg naar Biarritz. Het wordt bewolkt
Aankomst in Biarritz. Het regent. Van links naar rechts: Gerrit, Annemieke, Siem, Karin, Mieke, Simone en Poppie

 

 

 

Saint Jean Pied de Port – Beeld Vièrge de Orisson/Biakorri

29 juni: 14 kilometer: 20 tot 24 graden. Eerst regen, daarna bewolkt. Van 160 naar 1060 meter
We lopen maar liefst een kilometer bergop naar het Mariabeeld  de Vièrge van Orisson, ook Biakorri genoemd. Later op de dag worden we weer opgehaald om nog een nacht in Saint Jean te slapen, dit keer in een echte pelgrimsherberg aan de Rue Citadelle, de straat waar pelgrims vanuit Frankrijk de plaats binnenlopen.

Na aankomst gisteravond zijn we direct naar bed gegaan. De wekker staat om 6 uur. We merken dat het hier veel later licht wordt dan in Nederland.
We krijgen een echt Frans ontbijt met heerlijk supervers Frans stokbrood.
En bezoeken daarna de kerk en steken een kaarsje op. Het regent als we de plaats uitlopen en dat gaat door tot de eerste stop na 5 kilometer.

Wie oh wie zoekt hier haar regenhoes

Maar daarna werd het gelukkig droog en beseffen we wat een mazzel we hebben dat we niet in de hitte hoeven te lopen en toch mooie uitzichten hebben. Hoewel de mist!! Karin en Annemieke lopen zo enthousiast vooruit en missen de lunchstop in Orisson en vervolgens het Mariabeeld. Gelukkig hadden ze een strategische stopplek een kilometer verder gevonden die onze chauffeur direct herkende op de foto zodat hij ze terug kon halen.


Morgen wordt het zonnig zei de chauffeur die ons naar Saint Jean terug bracht.
Het etappedrankje smaakte heerlijk. Vanavond gaan we naar de pelgrimsmis en eten daarna in onze nieuwe herberg. Het was een heerlijke dag.

 

 

 

 

 

 

 

 

Beeld Vièrge de Orisson – Roncesvalles

Naar Roncesvalles  14 km . 17-20 graden . Van 1060 naar 1430 meter op de Col  Lepoeder en omlaag naar Roncesvalles op 950 meter. Een prachtige etappe met koel weer, deels bewolkt, deels zonnig, deels mistig. Vanaf het Mariabeeld volgen we een asfaltweg en onverharde bergpaden door een ruig en kaal landschap met mooie vergezichten en later door een bos. In Roncesvalles overnachten we in de eerste pelgrimsherberg van Spanje, een klooster met een rijke (pelgrims)geschiedenis.

Wat een lekkere vegetarische maaltijd had de herberg gisteravond voor ons gemaakt!  Vandaag verlaten we het mooie en gezellige Saint Jean Pied de Port.


Na het ontbijt brengt de taxi ons terug naar het Mariabeeld. We klimmen verder omhoog.  Na een uur lopen zien we een foodtruck van een schaapsherder uit de buurt. Die komt gelegen. Even tijd voor wat te drinken, eten en rust, voor de volgende klim begint.

Bij het Kruis van Thibault verlaten we de weg en volgen een pad. We  letten goed op de markering omdat er meer paden zijn.

Na een pittige klim komen we op een bospad. We passeren de fontein van Roland, waar we ons water bij vullen.
Kort daarna steken we de grens naar Spanje  over en komen in Navarra. Wat bijzonder zo’n hoge grensovergang midden in de natuur. We passeren een noodschuilhut (Izandorre) eten daar iets en bereiken daarna het hoogste punt de Col Lepoeder op 1430 meter. Hier kunnen we kiezen uit twee afdalingen, links een steile afdaling door het bos, een flinke belasting voor de benen. Of rechts een iets langere afdaling parallel aan de weg met mooie vergezichten en later door het bos. We kiezen voor de minder steile afdaling en lopen door een dikke mist die ons dwingt dicht bij elkaar te blijven.

We overnachten in het klooster van Roncesvalles, de eerste pelgrimsherberg in Spanje, een plek met een lange pelgrimsgeschiedenis. Je vindt er onder andere een knekelhuis met botresten van pelgrims uit de middeleeuwen die de oversteek door de bergen niet hebben overleefd. ’s Avonds bezoeken we de pelgrimsmis in de Romaanse kerk. Indrukwekkend na een heerlijke, inspannende wandeldag.

Roncesvalles – Zubiri

1-7 : Naar Zubiri 22 km. Stijging 431 meter, daling 834 meter. 17-20 graden

De echte bergen van de Pyreneeën liggen achter ons, maar dat betekent nog geen vlakke etappe vandaag. Integendeel. We krijgen nog steeds een paar heuvels die ons flink op de proef stellen. En een inspannende afdaling aan het eind.

We worden om zes uur gewekt met gregoriaanse muziek. Een fijn begin van de dag. Na het ontbijt starten we met deze uitdagende, maar mooie etappe door uitlopers van de Pyreneeën. Nog maar 755 kilometer naar Santiago!


We lopen door bos, passeren een 14de eeuws kruis, lopen door mooie Baskische dorpjes en langs weilanden. Het pad gaat op en neer.

We steken twee keer water over.

We beklimmen twee heuvels (alto’s), de Alto de Mezquiriz op 955 m en de Alto Erro op 800 meter.

Aan het eind van de etappe wacht nog een uitdaging, de lange afdaling naar Zubiri. Voorheen was die ook nog lastig vanwege alle losliggende stenen, maar inmiddels is het pad geëgaliseerd.

Via de middeleeuwse brug over de Arga-rivier lopen we Zubiri binnen. Aan het eind van de middag komen we bij de herberg aan waar we ’s avonds eten en morgen ontbijt krijgen.In de 12de eeuwse eerste reisgids voor de pelgrim beschreef de monnik Aymeri Picaud de inwoners van deze streek (Navarrenen) als ruw en barbaars. Dat valt gelukkig mee.
Voldaan zitten we ’s avonds aan de maaltijd in de herberg.

Zubiri – Pamplona

2 juli:  Naar Pamplona 23 km: stijging 336m, daling 418m. 17-25 graden. Bewolkt en zonnig.
Een afwisselende route die voor een groot deel langs de Arga rivier loopt. Met onderweg een gezellig terras aan het water. We luiden  de klok in een middeleeuws kerkje en steken de rivier over via een Romaanse brug. Via de voorstadjes bereiken we het historische centrum van Pamplona, waar we  tegenover de kathedraal overnachten.

Onze dag begon helemaal goed, want België had gewonnen! Poppy was euforisch, liep de hele dag met de Belgische vlag. We zijn nu allemaal voor België.

 



Na het ontbijt klimmen we eerst een stuk omhoog en lopen langs een bergrug. We passeren een fabriek, de ruïne van een oude abdij lopen door gehuchtjes en langs de Argarivier die we na 10 kilometer bij een gezellig terras oversteken.


Na een inspannend en steil klimmetje   bereiken we het 12e eeuwse kerkje van Zabadika  waar we de klok mogen luiden. Heel bijzonder.

Een volgend hoogtepunt is de Romaanse brug bij Trinidad de Arre, waar we al weer de Arga rivier oversteken. Vandaar lopen we 5 kilometer door voorstadjes voordat we de vestingmuren van de stad bereiken.
We slapen bij de kathedraal middenin het uitgaanscentrum van Pamplona waar het vanavond al heel druk is. Maandag rennen de stieren door de straat om de hoek. Dan beginnen de feesten van San Fermin en wordt het nog veel drukker.

 

Pamplona – Uterga

3 juli: Pamplona – Uterga. Bergop naar de Alto del Perdon (770 meter) en  daarna weer bergaf 17 km. 17-25 graden
Vandaag een wat kortere wandeling. Dat is fijn na de inspannende dagen in de Pyreneeën en haar uitlopers. Een groot deel van de etappe zijn we bezig met de klim naar de Alto del Perdon (Top van de vergeving)  en de afdaling daarna. Geen bossen meer, maar een weids open landschap met goudgele graanvelden. Op de top zien we de beroemde ijzeren pelgrimssculpturen en een fantastisch panorama.


Het duurde even voordat we de route gevonden hadden. Wel kwamen we een luxe bakker tegen met uitgebreide keuze voor ons ontbijt.
De route is goed aangegeven met zilverkleurige markering op de grond en de gele pijlen. Na 5 km lopen we door Cizur Menor. Tegenwoordig is het eigenlijk een voorstad van Pamplona, maar het heeft sterke historische wortels die verbonden zijn met de Ridders van Malta, de Maltezer orde, die nog steeds bestaat. We passeren hun pelgrimsherberg.

Hierna zijn we in de natuur. We lopen langs graanvelden en kunnen ver kijken.
Lees verder Pamplona – Uterga

Uterga – Lorca

4 juli: naar de brug van de koningin (Puente la Reina) en verder naar Lorca 20 km. 19-28 graden.
De heuvels volgen elkaar op. Hoogtepunt vandaag is Puente la Reina met de beroemde 11de eeuwse brug over de Arga rivier. We zien graanvelden, afgewisseld met velden met koolzaad en de eerste wijngaarden. Het dorp Cirauqui zien we al lang voordat we er zijn op de top van een heuvel.  In Cirauqui loopt de Camino onder de kerk door. Er staat een oude pelgrimspaal uit 1638. We verblijven in Lorca, weer een klein dorpje.

Het wordt warm vandaag. Daarom starten we om 6 uur. Eerst met een klein ontbijt en kwart over 6 met lopen. Het begint prachtig, met een opkomende zon langs een bergrug met uitzicht aan beide kanten tot we het dorpje Murazabal (3 kilometer) bereiken. Daar sluit de Camino Aragones aan op de Camino Frances. De Camino Aragones komt vanuit Frankrijk via de Col de Somport Spanje binnen. Het is een minder bekende en meer uitdagende route dan de Camino Frances.

Na 7 kilometer lopen bereiken we Puente la Reina, een plaats met alle voorzieningen. Hier eten we het echte omtbijt. Puente La Reina  is beroemd om zijn brug: een romaanse brug met zes bogen over de rivier de Arga, gebouwd in de 11e eeuw door de koningin van Navarra. Hoewel de geschiedenis niet met zekerheid vaststelt welke koningin dit was, is de brug hoe dan ook prachtig.


Cirauqui van ver en dichterbij

De ingangspoort met de pelgrimspaal

We lopen door een speciale tunnel voor pelgrims en zien een acuaduct en een rustplek aan het water. De etappe eindigt na een venijnig klimmetje in het plaatsje Lorca. De naam is afgeleid van het Arabisch en was de locatie van een beroemde veldslag in 920. Je komt het dorp binnen vrijwel direct bij de ingang van de 12e-eeuwse kerk van San Salvador.

 

Lorca – Villamayor de Monjardin

5 juli: naar Villamayor de Monjardin, 19 km. 17-33 graden
We vertrekken om 6 uur uit Lorca. Lopen door Estella, een stad vol (pelgrims)historie en langs drie middeleeuwse kerken. Vlak daarna tappen we geen wijn, want er komt niets uit, maar wel water uit de legendarische wijnfontein van Irache. Villamayor de Monjardin, ons einddoel vandaag  is al van ver te zien. Dat betekent klimmen!


Wat fijn dat de etenstijden aan de pelgrims aangepast worden: avondeten in de herbergen om 18.00 uur en als er ontbijt mogelijk is, staat het klaar voordat we willen vertrekken. En dat is vroeg want het wordt heel warm, vandaag zelfs boven de 30 graden. Plan was al om half 6 te vertrekken, maar dat blijkt een half uur te vroeg. Om 6 uur is er pas genoeg licht om zonder hoofdlamp te lopen. We wachten dus tot 6 uur en er was ook geen ontbijt. Voor sommigen blijkt dat lastig. In het eerste dorp op 4,5 kilometer is een bakkerijfabriek die de hele nacht brood verkoopt. Helaas lopen we zo hard het eerste uur dat we die missen. Op naar de stad Estella, nog 4 kilometer extra. Ook daar is op zondag veel dicht. Pas na vragen vinden we een bakker met koffie. Heerlijk. De route naar Estella was prachtig met veel velden met zonnebloemen.

Jacobus is de 4de van links

Estella, of Lizarra in het Baskisch, betekent oude stad. Het heeft een rijke (pelgrims)geschiedenis die teruggaat tot de Bronstijd, hoewel de officiële datum 1090 is. We lopen door Estella langs maar liefst drie middeleeuwse kerken
.

Kort na Estella komen we bij een van de meest gefotografeerde plekken op de Camino, de water- en wijnfontein van Bodegas Irache. Helaas was de wijn op! Direct voorbij de fontein ligt het klooster dat uit de 9de eeuw dateert.



Onze eindbestemming vandaag is het kleine Villamayor de Monjardin. De kasteelruïne op de top van de heuvel is al van ver te zien, een flinke klim op het eind. Maar eerst vinden we in het dorp daarvoor nog een gezellige bar van een Nederlands-Spaans echtpaar. Daar blijven we een hele tijd. Die klim daarna was extra vermoeiend omdat inmiddels al erg heet was.

Het etappedrankje smaakte heerlijk en de herberg is prima. Vanaf Villamayor hebben we prachtig uitzicht over de glooiende valleien. We eten, overnachten en ontbijten morgen vroeg in de herberg.

 

 

 

 

Villamayor de Monjardin – Torres del Rio

6 juli:  Naar Torres del Rio 20 km. 18-39 graden. Glooiend, minder klimmen en dalen door een uitgestrekt landschap met graanvelden en wijngaarden. Onderweg lopen we door het stadje Los Arcos met de prachtige Santa Maria kerk en een gezellig plein met terras (na 12 km). De laatste 8 kilometer naar Torres del Rio zijn vlakker dan het eerste deel vandaag.



Het wordt steeds warmer, vandaag zelfs 39 graden. Dat betekent zo vroeg mogelijk vertrekken. Om kwart over 5 zaten we al aan het ontbijt en om kwart voor 6 verlieten we het plaatsje Villamayor om in een eerst best donker maar iets later prachtige omgeving de eerste 12 kilometer naar Los Arcos te lopen. We lopen  door een uitgestrekt landschap met glooiende wijngaarden (we naderen La Rioja), graanvelden en uitzicht op heuvels.


Na 12 kilometer verzamelen we in het eerste dorp Los Arcos op het plein voor de kerk.
Het is bloedheet als we 8 kilometer verder bij onze herberg aankomen. Maar we mogen gratis gebruik maken van het zwembadje in het hotel ernaast.


Het 12de eeuwse 8-hoekige kerkje van van Santo Sepulchro is origineel Unesco werelderfgoed. Er zijn maar twee 8-hoekige kerkjes in Spanje, in Eunate bij Puente La Reina en dit tempelierskerkje.

De 13de eeuwse Christus is met vier spijkers gekruisigd met de voeten uit elkaar in plaats van met de voeten over elkaar aan 1 spijker zoals je meestal ziet.

 

Torres del Rio – Logroño

7juli: Naar Logroño, 20  kilometer.  20 tot 40 graden.  Aankomst om 12 uur met 33 graden. Vandaag veranderen we van provincie. We komen in de regio La Rioja, bekend van de wijn. De eerste 10 kilometer tot het stadje Viana gaan door de natuur, zijn heuvelachtig, met soms flink klimmen en dalen. Daarna lopen we naar Logrono over paden en asfaltwegen, landelijk en langs industrie.

En België heeft weer gewonnen! Met 4-1 maar liefst, nota bene van de VS  die door interventie van Trump een speler mocht opstellen die anders nooit had mogen spelen. Poppie was weer in de wolken en liep weer met de vlag. En wij er achteraan natuurlijk! We zijn voor Belgie retteketet🥳

Het vertrek s ochtends voor zes uur ging verder ietwat moeizamer na een vrijwel slapeloze bloedhete nacht in een slaapzaal van een herberg die te weinig ventilatie had. Vooral de mensen op de bovenbedden hadden daar last van. Ik ben jaloers op Gerrit, de enige man in onze groep. Hij gaat liggen en slaapt direct waar dan ook.



Het prachtige ochtendlicht en de route maakt veel goed. We zijn inmiddels met 7. Mieke is onderweg terug naar Nederland. We zullen haar missen!


Vanuit Torres del Rio lopen we eerst door een natuurgebied, heuvels op en neer. Op een van de heuvels Alto del Poio zien we steenmannetjes en herdenkingstekens aan geliefden. Je kunt daar een steentje bij leggen.

De laatste kilometers tot de plaats Viana zijn vlakker en lopen vooral langs graanvelden.


Viana is een mooi oud stadje en de laatste plaats in Navarra vóór we in de regio La Rioja komen. Hier stoppen we in  één van de cafés voor ons ontbijt.
Rond 9 uur gaan we verder. Het is inmiddels al 24 graden en nog zo’n 10 kilometer lopen naar Logrono. Gelukkig is de route afwisselend. Ons eerste rustpunt is een kapel met een Jeroen Bosch achtige tekening. Heel bijzonder.

Daarna komen we in de Communidad La Rioja. Eerst passeren we wat industrie. Daarna klimmen we omhoog zodat we goed uitzicht op de stad krijgen. We halen een stempel bij Felisa, inmiddels de kleindochter van de beroemde Felisa die daar in de vorige eeuw vele jaren lang alle pelgrims onderweg een stempel gaf. Over haar is een film gemaakt. Via een brug komen we in het centrum van Logroño.

Om 12 uur komen we bij de herberg aan die pas om 13.00 uur open gaat. Eerst maar een etappedrankje dan. De herberg is splinternieuw en type hostel. De temperatuur binnen is heerlijk. We hopen ook de komende nacht.

 

Logroño – Ventosa

8 juli: Naar Ventosa, 19,5km,  107,9 km, 20-38 graden. Glooiend (vrij vlak met een lichte stijging op het eind). Van 380 naar 649 meter. Logroño uit via parken. Onderweg stoppen we in Navarrete, een kleine plaats met een enorme kerk.

Het was heel rustig in het centrum van Logroño gisteravond. Op het terras tegenover de kathedraal zagen we dat het 41 graden was. Gek, het went bijna. Toch gingen we maar naar binnen om in een gekoelde ruimte te eten. Ook de slaapzaal in de herberg was koel. We hebben allemaal goed geslapen. Fijn zo’n hostel met moderne voorzieningen.


Om 6 uur lopen we in het schemerdonker door Logroño. Na een half uur vinden we een bar open voor ontbijt met een gevaarlijk hondje bij de wc.


Daarna lopen we Logroño mooi uit via parken en zien en horen veel vogels, zien eekhoorntjes en een stuwmeer. De temperatuur is aangenaam en de zon zit nog achter de wolken.

Daarna klimmen we naar een hoogte vanwaar we de plaats Navarrete zien liggen.

Vlak voor we het stadje binnenlopen  zien we de ruïnes van het 12de eeuwse pelgrimshospitaal San Juan de Acre. Daarachter de bodega  San Jacobo.

Navarrete is een kleine plaats met een grote kerk, zoals er veel zijn in Spanje. Hier nemen we een kijkje. De kerk heeft veel goud, maar is ook een rustpunt met mooie muziek op de achtergrond. Daarna stoppen we in een bar voor een (2de) ontbijt.
Als we Navarrete rond 10 uur uitlopen is het warm. We komen langs een kapelletje en een 12de eeuwse poort, ingang van begraafplaats. Hier hangt een herdenkingsbordje voor de Nederlandse of Belgische pelgrim Alice die onderweg  in 1986 op haar pelgrimstocht is overleden, en voor alle Sint Jacobs pelgrims die op de Camino zijn overleden.


We zien een gewonde torenvalk op een houtstapel. Het pad slingert daarna tussen de wijngaarden en daarna een stuk langs de snelweg.


Bij de afslag naar het dorpje Ventosa start een bijzondere foto-tentoonstelling.

Het dorpje Ventosa ligt bovenop een heuvel, is heel klein, maar heeft maar liefst 3 bars. Prima plekken om even bij te tanken. de herberg hebben we een eigen slaapzaal voor ons groepje.

 

Ventosa – Azofra

9 juli: naar Azofra, 17 km. 18-35 graden. Glooiend landschap met rode aarde. Na 10 kilometer zijn we in Najera, een provinciestadje met het voor Spanje belangrijke klooster van Santa Maria la Real. Azofra heeft een bijzondere gemeenteherberg met 2-persoons kamertjes.
Door een glooiend landschap met rode aarde, wijngaarden en bodega’s lopen we over een onverhard pad richting  het stadje Najera. We zijn iets na zes uur vertrokken. Oorspronkelijk maakte dit pad waarschijnlijk deel uit van de oude Romeinse weg van Italië naar Spanje.

Vlak voor Najera beklimmen we de heuvel waar volgens de legende Roland uit het leger van Karel de Grote de Arabier en reus Ferragut versloeg.

Najera is een provinciestadje met het voor Spanje belangrijke klooster van Santa Maria La Real uit de 11de eeuw. Hier liggen Spaanse koniningen uit de middeleeuwen begraven

.

We eindigen in Azofra, 7 kilometer verder, een klein dorpje met een bijzondere gemeentelijke herberg. Als ik aankom zijn Poppie en Karin al met hun siësta begonnen.

De herberg heeft  kleine tweepersoonskamers met opgemaakte bedden en een terras met een badje waarin we onze voeten kunnen koelen.

Azofra – Grañon

10 juli: Naar Santo Domingo en Grañon,  22 km. 21-33 graden. Glooiend. Een etappe met weinig schaduw, tussen wijngaarden en velden, met uitzicht op bergen in de verte. We komen door het spookdorp Cirueña en de legendarische plaats Santo Domingo de la Calzada. Het zou weer heel warm worden vandaag, maar dat viel mee. Het weer was heerlijk toen we om zes uur vertrokken. Later zat de zon achter de wolken en was het pas 26 graden, toen we om 10 uur in Santa Domingo aankwamen. Dat voelde koel aan.

Het landschap blijft glooiend. We lopen langs  wijngaarden en graanvelden. Er zijn niet veel dorpen onderweg. Ik merk dat als je een tijdje naast of achter iemand met dezelfde pas loopt, je in een soort cadans komt. Het werkt meditatief. Fijn in zo’n mooie omgeving met een lekkere temperatuur.
Na 10 kilometer is er een bar open in het dorp Cirueña. Cirueña wordt ook het “spookdorp” genoemd omdat er veel eentonige nieuwbouw is. Veel woningen lijken niet bewoond. Alles zit potdicht. In het oude dorpje is gelukkig een bar open waar we kunnen ontbijten.

Daarna verandert het landschap. De wijngaarden verdwijnen en maken plaats voor uitgestrekte graanvelden. Je ziet pelgrims voor je op het pad, die klein lijken in vergelijking met de omvang van de velden en het landschap; Bovenop de heuvel waarvandaan we Santo Domingo zien liggen staat een standbeeld van de heilige; een passend eerbetoon aan dit historische en gevierde Camino-stadje.





Santo Domingo is bekend vanwege de legende over de pelgrim, en de haan en hen die tot leven werden gewekt. In de kathedraal zien we een hok met een levende haan en hen. In de crypte wordt op prachtige mozaïeken het leven van Santo Domingo uitgebeeld en de legende over de pelgrim verteld: het middeleeuwse mirakel van de “opgehangen maar niet gestorven pelgrim”. Toen de ouders hun onschuldige zoon levend aan de galg aantroffen, zei de rechter dat hij net zo levend was als de gebraden kip op zijn bord — waarop de kip tot leven kwam. Domingo Garcia, later heilig verklaard als Santo Domingo leefde in de 11de eeuw. Hij heeft veel voor de camino gedaan. Hij bouwde een brug, verbeteterde wegen en stichtte een pelgrimshospitaal.
 
De laatste 7 kilometer naar het mooie dorpje Grañon zijn voornamelijk vlak en rechttoe rechtaan. Als we vlakbij het dorp zijn, moeten we nog een heuvel over. Inmiddels voelt het weer warm en ook wat benauwd omdat de zon achter de wolken blijft.Heerlijk smaakte het etappedrankje onder de bomen.



Ons verblijf is luxe vandaag: een huis met 3 kamers met elk eigen badkamer, lage bedden met beddegoed en grote badhanddoeken. Grañon heeft een beroemde kerk annex herberg op de Camino met bijzondere glas in lood ramen.

 

Grañon – Belorado

11 juli: naar Belorado 15 kilometer 18-32 graden.  Veel vals plat van 600 naar 810 meter. Vandaag laten we de regio La Rioja achter ons en lopen de veel grotere regio Castilla y Leon binnen. We cirkelen rond de autoweg N120 met verschillende dorpjes en omleiding vanwege de verlenging van de snelweg A-12.

Het pad vanuit Grañon is gemakkelijk, goed gemarkeerd en voert door het uitgestrekte landschap van de nieuwe regio Castilla y León.
We verlaten La Rioja. Het aantal wijngaarden wordt ook minder. Het landschap verandert; we zien de uitgestrekte goudgele vlaktes van de Meseta, de Spaanse hoogvlakte.

Een deel van de route loopt langs de autoweg, met verschillende dorpjes onderweg. In het eerste dorpje Redecilla del Camino is een tempelierskerkje met een bijzonder 12de eeuws doopvont. Er zijn vrijwilligers om uitleg te geven.
Santo Domingo is in het dorpje Viloria de Rioja geboren. Daar is ook een ontvangst van pelgrims, door Nederlanders dit jaar gestart. In hun eigen woning bieden zij een soort ’thuis” voor pelgrims, die er hun eigen drankjes, hapjes en zelfs muziek kunnen maken. Een fijne onderbreking.

Na het dorpje Villamayor del Rio lopen we de laatste 5 kilometer langs de hoofdweg N-120. De herberg A Santiago aan het begin van Belorado maakt veel goed met haar tuin en zwembad(je).

 

Belorado – Villafranca Montes de Oca

12 juli: Naar Villafranca Montes de Oca, 13 km.  18-32 graden. Een korte makkelijke etappe vandaag door verschillende dorpjes. Een soort kroegentocht. Er zijn er vier op deze relatief korte afstand.

Belorado is historisch bekend om zijn traditie in leerbewerking (cuero/piel), maar tegenwoordig ook om de vele moderne kunstuitingen.
We zien mooie muurschilderingen, onder andere van een vrouwelijke pelgrim en afdrukken van handen en voeten op de grond.

De afstand is relatief kort vandaag. We passeren enkele dorpjes met gezellige bars.

Aan het eind van de ochtend zijn we op onze eindbestemming Villafranca Montes de Oca.


We slapen in het hotel San Anton Abad met een apart gedeelte voor pelgrims, een mooie plek om ’s middags uit te rusten in de tuin of op het terras. ’s Avonds eten we een pelgrimsmenu in het restaurant van het hotel. Villafranca is een belangrijke halte vóór de “gevaarlijke” oversteek van de Montes de Oca — De middeleeuwse pelgrims waren hier beducht voor struikrovers in de dichte bossen.

Villafranca Montes de Oca – Cardeñuela Riopico

Naar Cardeñuela de Riopico, 24,5 km,  16-29 graden. Hoogtemeters 502, hoogste punt op 1150 meter (Alto de la Pedraja). Een prachtige lange etappe: de klim naar de Alto de la Pedraja, de lange wandeling door het bos, de legendarische kerk en pelgrimsherberg van San Juan de Ortega, de prehistorische opgravingen in Atapuerca en het Kruis Cruz de Matagrande bovenop de berg waarvandaan Burgos is te zien.

Het was weer wennen, een slaapzaal met anderen die al om vijf uur vertrokken terwijl er pas om kwart over zes voldoende licht zou zijn om de berg op te gaan. Bovendien was het de eerste nacht dat het buiten weer kouder was en we weer slaapzak of lakenzak of sommigen zelfs een deken nodig hadden. Zo zijn we allemaal al vroeg wakker en te vroeg klaar voor vertrek. Om 6 uur beginnen we met de klim omhoog. Nog te vroeg om mooie fotoos te maken van het uitzicht op het dorp en de herberg die we met gezien hebben. We starten direct naast het hotel met de 3,6 kilometer lange klim naar de Alto de la Pedraja (op 1158 meter).

We passeren een monument ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de Spaanse Burgeroorlog die hier in 1936 om het leven kwamen.

De volgende 8 kilometer zijn minder inspannend over brede paden door het bos met halverwege een rustplaats voor pelgrims met zitjes.

En dan eindelijk is daar San Juan de Ortega met haar legendarische Romaanse kerk, pelgrimsherberg en gezellige bars. De kerk is nauw verbonden met bijna 1000 jaar pelgrims.

Vanaf San Juan merken we dat we op de Meseta, de Spaanse hoogvlakte zijn. We lopen door weilanden naar het volgende dorpje Agès op 1000 meter hoogte. Daar zien we de traditionele Castiliaanse architectuur van vakwerkhuizen en lemen huizen (gemaakt van aarde en stro).
Over de weg lopen we vervolgens naar het volgende dorp Atapuerca. In de grotten bij dit dorp zijn resten van de 800.000 jaar oude Homo Antecessor opgegraven, een vroege mensachtige die mogelijk een voorouder is van zowel de Neanderthalers als de moderne mens. Atapuerca is tegenwoordig een Unesco-werelderfgoed locatie.

Na een laatste klim bereiken we de Alto de Atapuerca met haar kruis Cruz de Matagrande en iets verderop een labyrint. Hier zien we voor het eerst de torens van de kathedraal van Burgos in de verte liggen.

Vanaf dit punt begint de afdaling naar Burgos. Maar eerst hebben we nog een overnachting en maaltijd na 6 kilometer in het plaatsje Cardeñuela Riopico.

 

 

Cardeñuela Riopico – Burgos

14 juli:  naar Burgos 12,5 km. 13-33 graden. Onze laatste kilometers! We dalen af naar Burgos. We nemen na de brug over de snelweg de groene route langs de rivier de Arlanzón Burgos in. 

Een korte route vandaag om genoeg tijd te hebben om Burgos te bekijken. Eerst lopen we naar het volgende dorpje Orbanejo, steken de snelweg over en gaan daarna de eerste weg linksaf voor de groene route. Deze route staat niet aangegeven, maar is veel mooier dan de oorspronkelijke route die deels langs industrie en een grote weg Burgos inloopt.


De finish is bij de kathedraal. Hier vieren we het behalen van onze eindbestemming na “een stukje lopen”.